Arbeidsongeschiktheid

Een ongeval, ziekte of ziekenhuisopname: het kan. Het gevolg is dat je niet meer kan werken, je bent arbeidsongeschikt.

Je kan terecht bij je ziekenfonds voor een vervangingsinkomen - ook een uitkering genoemd - als je arbeidsongeschikt bent én voldoet aan bepaalde voorwaarden.

Wanneer je arbeidsongeschikt wordt, dien je binnen een bepaalde termijn het ziekenfonds op de hoogte brengen met een getuigschrift van arbeidsongeschiktheid. De tijd in kalenderdagen die je daarvoor krijgt, is afhankelijk van je statuut. Dat kan namelijk werknemer, werkzoekende of zelfstandige zijn. Daarna wordt je aangifte voorgelegd aan de adviserend geneesheer die de aanvraag kan erkennen of weigeren.

Je uitkering hangt af van je statuut en kunnen we berekenen van zodra we alle nodige documenten ontvangen hebben. Op de betaalkalender vind je alle data terug waarop we de uitkeringen uitbetalen.
 

Arbeidsongeschiktheid: wat moet ik doen
Arbeidsongeschiktheid: hoeveel is mijn uitkering Arbeidsongeschiktheid: wanneer uitkering betaald

 

Ben je op dit moment arbeidsongeschikt?

Denk eraan dat je rekening moet houden met een aantal zaken als je op vakantie wil of je arbeidsongeschiktheid wil verkorten of verlengen. Lees alles over waar je op moet letten tijdens je arbeidsongeschiktheid.


Is er een baby op komst?

Je hoeft je geen financiële zorgen te maken, want er is een uitkering voorzien tijdens de periode van je moederschapsverlof. Lees alles over de aanvraag van je moederschapsuitkering.


Niet iedereen die bij een ziekenfonds is aangesloten, kan aanspraak maken op een uitkering voor arbeidsongeschiktheid. Je moet het statuut hebben van (actieve of werkloze) werknemer of zelfstandige.


Volgende personen hebben geen recht op een uitkering:

  • personen ten laste
  • studenten
  • ingezetenen
  • statutaire ambtenaren van openbare diensten (neem contact op met jouw personeelsdienst)
  • gepensioneerden die niet meer werken

Onder welke voorwaarden?

  • Je moet elke beroepsactiviteit stopgezet hebben bij de aangifte van je arbeidsongeschiktheid
  • Je bent gestopt met werken omdat het fysiek of mentaal (tijdelijk) niet mogelijk is.
    Opgelet! Een aangeboren aandoening kan het recht op een vervangingsinkomen niet openen, tenzij er een verergering van het letsel optreed.
  • Je ziekte tast je inkomsten aan en belet je ten minste 1/3 te verdienen van het inkomen dat kan verdiend worden door iemand met hetzelfde beroep. De graad van arbeidsongeschiktheid bedraagt dus ten minste 66%.
  • Je moet de wachttijd achter de rug hebben of ervan vrijgesteld zijn. De wachttijd is de wettelijk bepaalde periode voorafgaand aan het verkrijgen van een recht (hier de betaling van een uitkering).
  • Je moet voldoende arbeidsdagen of uren of daarmee gelijkgestelde dagen of uren gepresteerd hebben tijdens een referteperiode die de arbeidsongeschiktheid voorafgaat. Tenzij je vrijstelling van wachttijd hebt.
  • Je moet een minimumbedrag aan inkomen uit beroepsactiviteit kunnen aantonen, verworven tijdens een referteperiode die de arbeidsongeschiktheid voorafgaat.
  • Er mogen niet meer dan 30 dagen verstreken zijn tussen de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid en de laatst gepresteerde (of daarmee gelijkgestelde)dag.

Wens je meer informatie over jouw specifieke situatie? Contacteer OZ!