Arbeidsongeschiktheid

Wie heeft recht op een uitkering?

Jouw aansluiting bij een ziekenfonds garandeert niet automatisch jouw recht op een uitkering voor arbeidsongeschiktheid. Hieronder gaan we in op de voorwaarden waar je als (actieve of werkloze) werknemer aan moet voldoen.

 

Wie heeft geen recht op een uitkering?

  • personen ten laste
  • studenten
  • ingezetenen
  • statutaire ambtenaren van openbare diensten (neem contact op met jouw personeelsdienst)
  • gepensioneerden die niet meer werken

 

Onder welke voorwaarden heb je recht op een uitkering?

  • Werken is (tijdelijk) fysiek of mentaal onmogelijk.
  • In geval van een aangeboren aandoening kan je je enkel beroepen op een vervangingsinkomen bij een verergering van een letsel.
  • Je slaagt er door ziekte niet in om minstens 1/3 te verdienen van de potentiële inkomsten binnen jouw beroep. Je bent dus voor minstens 66% arbeidsongeschikt.
  • Elke beroepsactiviteit, inclusief eventueel zelfstandig bijberoep, wordt stopgezet bij aanvang van de periode van arbeidsongeschiktheid.
  • Je hebt de wettelijk bepaalde wachttijd van 1 jaar achter de rug of bent hiervan vrijgesteld.
  • Tijdens de referteperiode van 6 maanden in het 2de en 3de kwartaal voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid:
    • heb je voldoende arbeidsdagen (voltijdse tewerkstelling) of -uren (deeltijdse tewerkstelling) of daarmee gelijkgestelde dagen of uren gepresteerd.
    • heb je een minimumbedrag aan inkomsten verworven uit een beroepsactiviteit.
  • Tussen de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid en de laatst gepresteerde (of daarmee gelijkgestelde) dag mogen niet meer dan 30 dagen verstreken zijn.
  • Alvorens een uitkering te ontvangen, krijg je als werknemer meestal eerst een gewaarborgd loon.

 

Aarzel niet om ons te contacteren bij vragen over jouw specifieke situatie.

Contacteer OZ.