OZ jouw onafhankelijk gezondheidsfonds

Oorzaken

De exacte oorzaak van dyslexie of dyscalculie is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt nog volop onderzoek naar gedaan. 

De meeste onderzoekers zijn het er wel over eens dat dyslectici problemen hebben met het begrijpen van de klankstructuur van onze taal. Wie leert lezen, moet leren om schrifttekens aan klanken te koppelen. Die klanken moeten dan aan elkaar geplakt worden, zodat ze woorden vormen.

Spellen gebeurt dan weer door woorden in afzonderlijke klanken te leren hakken. Daarna moet aan elke klank het juiste schriftteken worden gekoppeld.

Mensen met dyslexie hebben problemen met die processen. Die problemen hebben te maken met hoe hun hersenen werken. Wat er precies anders werkt in de hersenen van dyslectici, is niet helemaal zeker.

Onderzoek toont wel aan dat er bij dyslectici problemen zijn in de opbouw en de werking van de hersengebieden die zorgen voor de verwerking van taalklanken. 

Hersenbanen verbinden taalklankzones met zones die instaan voor de verwerking van schrifttekens. Bij dyslectici zouden die hersenbanen van mindere kwaliteit of trager zijn. Dat zou verklaren waarom het koppelen van klanken en schrifttekens minder automatisch verloopt bij dyslectici. Het kost hen meer moeite. 

Naar de oorzaak van dyscalculie is er minder onderzoek gedaan. Waarschijnlijk zijn de oorzaken hier ook te zoeken in cognitie (het bergrijpen en verwerken van hoeveelheden) en de biologie.

Zowel dyslexie als dyscalculie hebben te maken met erfelijkheid. Die biologische oorzaak is het duidelijkst in mannelijke lijn. Als een man dyslectisch is, heeft zijn zoon 50% kans op dyslexie. Bij moeders met dyslexie liggen de kansen op dyslexie bij haar kinderen lager, maar toch nog duidelijk hoger dan bij de rest van de bevolking.