Voedingsindustrie

We eten niet alleen omdat we honger hebben, ook het uiterlijk, de smaak, het aroma, de textuur en emotionele behoeften spelen een rol. En dat weet de voedingsindustrie maar al te goed! Ze draagt dan ook bij tot groeiende aantal mensen met overgewicht.

  • Blisspoint
Voedselgiganten trekken enorme sommen uit voor hoogtechnologisch onderzoek, onder andere door hersenscans. Ze gaan op zoek naar de juiste verhouding tussen zout, suiker en vet, het zogenaamde blisspoint. Als de verhouding tussen die drie ingrediënten helemaal juist zit, brengt het voedsel ons in extase en zet het aan tot meer eten.

  • Beloningseffect
Suiker en vet geven een beloningseffect in de hersenen want ze brengen energie aan. Sommige mensen zijn gevoeliger voor dit beloningseffect en lopen zo meer risico op gewichtstoename.

Voor het suikergehalte in voedingsproducten is er een grens: té zoet vinden we niet meer lekker. Maar voor vet blijkt zo’n eindpunt niet te bestaan. Suiker verhoogt dan wel weer de aantrekkelijkheid van vet. Bovendien verhoogt de combinatie van suiker en vet de houdbaarheid van producten, verlaagt het de productiekost en zet het aan tot meer verbruiken.

  • Smaakversterker
Zout heeft de magische eigenschap om smaken te versterken en doet zin geven in ‘meer’. Technisch gezien corrigeert zout ook heel wat problemen tijdens het productieproces. Probleem is vooral dat het natrium in zout en allerlei additieven verslavend werken en slecht zijn voor de gezondheid. 

Verschillende grote voedselproducenten zetten ons dus aan om meer en ongezonder te eten. Ze spelen daarbij perfect in op de veranderingen in de maatschappij.

Door te steunen op de drie pijlers van de bewerkte voedingsmiddelen – zout, suiker en vet – optimaliseren de producenten niet alleen hun productiekost en winstmarge, maar doen ze in één moeite ook aan psychologische en fysiologische klantenbinding.

Door het steeds maar drukker wordende leefpatroon van de werkende bevolking en hun groeiende rijkdom daalt het aantal zelfbereide maaltijden. De tijdbesparende snackcultuur als vervanger van de gemeenschappelijke gezinsmaaltijd is helemaal ingeburgerd en maatschappelijk aanvaard.

Waar gemak de doorslaggevende factor is bij consumenten met een hoger inkomen, is dat bij de armere consument in de derde en de vierde wereld vooral de flexibel inzetbare prijs. In tijden van recessie en crisis besparen consumenten op voeding en kopen gemakkelijker frisdranken, diepvriesmaaltijden en snacks dan duurdere producten als vers fruit en groenten.

Bron: