Transplantatie en autopsie

Orgaandonor: lijkt het je wel wat of vind je het maar niks? Je beslist uiteraard zelf wat er na je dood met je lichaam gebeurt, ook als je overlijdt in het ziekenhuis.

Meer informatie in verband met orgaandonatie kan je krijgen in je gemeentehuis of bij beldonor.be.

Goed om te weten

De transplantatie van weefsels en organen is gebonden aan strenge criteria, waardoor niet iedereen in aanmerking komt als donor. Patiënten die overlijden in het ziekenhuis worden dus niet meteen ’geplunderd’. Bovendien zijn er een aantal regels te respecteren (zie hieronder).

Transplantatie

Bij het gemeentebestuur van je woonplaats kan je een formulier invullen waarmee je verklaart akkoord te gaan met of verzet aan te tekenen tegen het wegnemen van weefsels of organen na je dood. Die informatie gaat naar het Ministerie van Volksgezondheid, waar artsen je wilsbeschikking indien nodig kunnen opvragen.

Als je niets bepaald hebt, geldt het principe ‘wie zwijgt, stemt toe’. Een arts mag echter geen weefsels of organen wegnemen als:
  • hij ervan op de hoogte is dat de betrokkene op een andere manier heeft duidelijk gemaakt dat hij wil dat zijn lichaam na zijn dood intact blijft;
  • de ouders, de kinderen of de partner van de betrokkene hem hebben meegedeeld dat zij zich verzetten tegen het wegnemen van weefsels of organen bij de overledene.
Het wegnemen van organen brengt natuurlijk kosten met zich mee. Die zijn ten laste van het ziekenhuis, niet van de nabestaanden.

Autopsie

Wanneer iemand overlijdt in het ziekenhuis, wordt soms een klinische autopsie uitgevoerd om de juiste doodsoorzaak te kennen, als diagnosecontrole of gewoon uit wetenschappelijke interesse. Artsen nemen dan weefselmonsters, die ze anoniem bewaren in paraffineblokjes. Het lichaam van de overledene wordt dus niet verminkt.

Artsen vragen gewoonlijk aan de nabestaanden of zij bezwaar hebben tegen een dergelijke autopsie. De nabestaanden hebben het recht te weigeren.